Autogeschiedenis.nl

Geschiedenis van het automerk Alta

De Alta werd vanaf 1928 gebouwd door de Engelse autofabrikant Geoffrey Taylor in Tolworth. Voordat Geoffrey Taylor zich als fabrikant van sportwagens manifesteerde, maakte hij tuningsetjes voor de Austin Seven.

In tegenstelling tot andere fabrikanten van sportauto's bouwde Geoffrey Taylor zelf de motoren voor zijn auto's. Taylor bouwde niet veel sportauto's, maar bouwde deze wel met overtuiging en alleen op bestelling. De Alta-sportwagens werden in zeer bescheiden aantallen verkocht en daarom uiterst zeldzaam. Taylor was vooral geïnteresseerd in snelheid en bereikte dit met viercilinders in een aluminium motorblok. De cilinderkop had twee bovenliggende nokkenassen en werd voorzien van twee S.U.-carburateurs. Geoffrey Taylor bouwde slechts een twintigtal sportwagens.

Vanaf 1937 bouwde Geoffrey Taylor Alta's met onafhankelijke voorwielophanging. Alta-rijders met een 2.0-liter viercilinder met Rootes-compressor hadden 180 pk tot hun beschikking. Daarnaast bouwde hij enkele racewagens met een motorinhoud van 1.5 liter.

Voor de Tweede Wereldoorlog was Alta met coureur George Abecassis succesvol in verschillende races in Engeland. Na de oorlog konden de rijders George Abecassis, Geoffrey Crossley en Joe Kelly zich nauwelijks kwalificeren voor de GP's, maar in Engeland en Ierland werden wel successen behaald.

Geoffrey Taylor overleed in 1966 op 63-jarige leeftijd. Zijn zoon Michael gebruikte in de jaren zeventig de Alta-naam voor zijn Formule Ford Alta BT1F.