| Autogeschiedenis.nl | ||
Geschiedenis van het franse automerk CharronVoordat de illustere Parijse garagehouder Fernand Charron naam maakte als producent van auto's, had deze monteur en coureur al heel wat paden bewandeld. In 1900 won Fernand Charron de eerste Gordon Bennett Race en een jaar later begon hij met twee compagnons een autofabriekje onder de naam CGV. CGV was geen lang leven beschoren. De door CGV gebouwde auto leek veel op een Panhard en werd verkocht in bescheiden aantallen. In het topjaar 1905 werden ongeveer 265 CGV's verkocht en had het bedrijf vierhonderd man op de loonlijst. Kortom elke auto kostte een inspanning van ongeveer een half manjaar. Robots bestonden nog niet en auto's konden alleen gekocht worden door de bovenklasse. Reeds in 1906 werd CGV verkocht aan een Engels bedrijf en de productie in Frankrijk gestaakt. In totaal werden ongeveer 750 CGV's gebouwd. Vanaf 1907 fabriceerde Fernand Charron auto's onder eigen naam. De start bleek niet gemakkelijk. Een jaar later raakte het bedrijf weer in financiële problemen en werd Fernand Charron gedwongen zijn bedrijf te verkopen, maar uiteindelijk bleek de liefde veel problemen te kunnen oplossen. Door zijn huwelijk met de dochter van autoproducent Adolphe Clément kon hij de fabriek van zijn schoonvader overnemen. Vanaf 1910 werkte Fernand Charron weer in zijn garage aan de Avenue de la Grande Armée in Parijs, waar hij enkele jaren later de Alda presenteerde. Deze auto werd geen succes. Ondertussen deed de Charron-fabriek het beter. Deze fabriek presenteerde de modellen Q, QR en L. Deze met twee- en viercilindermotor uitgevoerde auto's bleven tot de Eerste Wereldoorlog in productie. Na de Eerste Wereldoorlog kwam Charron met de RGM en de PGM. In de jaren twintig werd de catalogus uitgebreid met viermodellen, waaronder een 3405 cc viercilinder en een 2771 cc zescilinder, maar de verkopen vielen tegen. In 1930 viel het doek voor Charron. |
||